Melding doen bij de gemeentelijke Wmo-toezichthouder

Bent u een professional en wilt u melding doen van een calamiteit of incident? In de Leidraad meldingen incidenten en calamiteiten Wmo (pdf, 59 kB) staat hoe dit moet.

U moet melding doen van deze situaties:

  • een overlijden van een volwassene waarbij een instelling betrokken is 
  • een overlijden van een ander als gevolg van het handelen van een volwassene waarbij een instelling betrokken is
  • ernstig en/of blijvend lichamelijk letsel van een volwassene of van een ander als gevolg van het handelen van een volwassene waarbij een instelling betrokken is
  • ernstig grensoverschrijdend gedrag: fysiek, psychisch en/of seksueel door volwassenen, hulpverleners, ouders of verzorgers waar een instelling bij betrokken is

Bevoegdheden van de gemeentelijke Wmo-toezichthouder 

De bevoegdheden van de toezichthouder zijn opgenomen in de Awb en de Wmo. In grote lijnen zijn dit de bevoegdheden:

  • De toezichthouder heeft toegang tot (bijzondere) persoonsgegevens en (cliënt-)dossiers.
  • Aanbieders mogen, in het geval van calamiteiten, persoonsgegevens vrijwillig aan de toezichthouder verstrekken. De toezichthouder kan deze echter ook opeisen.
  • De toezichthouder is bevoegd elke plaats te betreden, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner.
  • De toezichthouder mag inlichtingen invorderen, persoonsgegevens verwerken en/of verstrekken en zaken onderzoeken.

Taak van de gemeentelijk Wmo-toezichthouder

Na melding van een incident of calamiteit heeft de gemeentelijk Wmo-toezichthouder deze taken:

De toezichthouder maakt als eerste de afweging of er een mogelijke politieke of bestuurlijke component aan de melding is verbonden en zo ja, of de verantwoordelijke wethouder(s) geïnformeerd moet worden. Bij meldingen waar mogelijk sprake is van maatschappelijke onrust moet bovendien ook de burgemeester geïnformeerd worden.

Veel zorgaanbieders hebben naast Wmo-cliënten ook cliënten uit de Wlz, de Zvw en de Jeugdwet. Die wetten hebben elk hun eigen toezichthouder. Dat betekent dat de Wmo-toezichthouder bij elke melding moet beoordelen of er afstemming of samenwerking moet plaatsvinden tussen de verschillende toezichthouders. Meer informatie vindt u op de pagina van de VNG.

Onderzoek na een melding

Na een melding van een incident of calamiteit stelt de gemeentelijke Wmo-toezichthouder altijd een onderzoek in. Het onderzoek verloopt volgens de onderstaande punten:

  • De gemeentelijk Wmo-toezichthouder vraagt binnen redelijke termijn in overleg met de zorgaanbieder een rapportage over de melding, waarin de toedracht van het incident of calamiteit wordt beschreven. De zorgaanbieder geeft daarin een eigen beoordeling van het incident in het licht van zijn zorgplicht en de geboden kwaliteit van zorg. Ook rapporteert de zorgaanbieder, indien aan de orde, de maatregelen die nodig zijn om herhaling te voorkomen en om de kwaliteit van zorg in de toekomst te waarborgen. Daarnaast kan de gemeentelijke Wmo-toezichthouder aanvullende vragen stellen aan de zorgaanbieder over de melding en de afhandeling daarvan.
  • Op basis van een rapportage en de beantwoording van de aanvullende vragen beslist de gemeentelijke Wmo-toezichthouder over de eventueel benodigde vervolgstappen en of maatregelen ten aanzien van de zorgaanbieder. Indien nader onderzoek nodig is, schakelt de gemeentelijke Wmo-toezichthouder hiervoor een externe partij in. Per casus wordt bekeken wie hiervoor de meest geschikte partij is.

De gemeente Utrecht probeert samen met de zorginstellingen steeds te leren en de zorg te verbeteren. Dat geldt ook voor de manier waarop we omgaan met incidenten en calamiteiten.

Maatregelen na een melding

De gemeentelijk Wmo-toezichthouder kan de volgende stappen ondernemen:

  • Concluderen dat de rapportage van de zorgaanbieder, inclusief de eventueel te treffen maatregelen, voldoende waarborgen biedt voor de kwaliteit van zorg in de instelling.
  • De aanbieder opdragen een aantoonbaar onafhankelijk onderzoek in te stellen naar het incident of de calamiteit.
  • Indien nader onderzoek nodig is, een externe partij hiervoor de opdracht geven. Per incident of calamiteit wordt gekeken wie de meest geschikte partij is.

De uitkomsten, bevindingen en de leerpunten van de onderzoeken worden door de Wmo-toezichthouder voorgelegd aan de zorgaanbieder. De gemeentelijke Wmo-toezichthouder controleert of de verbetermaatregelen voldoende worden doorgevoerd.

Wat als er niet wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden?

Onze eerste prioriteit is de ondersteuning voor de klant goed te regelen en ervoor te zorgen dat de wettelijke taken goed worden uitgevoerd. Als blijkt dat niet wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden eisen wij, aan de hand van een ingebrekestelling, van de aanbieder alsnog, per direct de adequate hulp te leveren. Hierbij wordt de aanbieder gesommeerd terstond zijn verplichtingen na te komen die zijn vastgelegd in het contract. Ook maken we nadere afspraken over de inhoud en termijnen voor de verbetering. Dit levert de klant het snelst de noodzakelijke hulp op. Als deze interventie om welke reden dan ook niet tot het gewenste resultaat leidt, wordt een andere aanbieder gevraagd de hulp over te nemen. In geval van herhaalde en of grove nalatigheid van de aanbieder, wordt er overgegaan tot:

  • Het beëindigen van het contract of het stopzetten van de subsidie.
  • Vorderen van een schadevergoeding en/of het terugvorderen van subsidies.

Hulp en contact

Telefoon

14 030

E-mail

meedoennaarvermogen@utrecht.nl