Terugblik bijeenkomst professionele samenwerking voor jongvolwassenen

Bea is onder meer ambassadeur, tolk, adviseur en sparringpartner. Maar veelzijdige Bea is géén persoon, wél de Belangrijke Ander: iemand die in staat is een jongvolwassene te ondersteunen op het soms moeilijk begaanbare pad naar de volwassenheid. In beginsel kunnen heel veel Utrechters Bea zijn.

Bea - laten we die afkorting maar even blijven gebruiken - is de ‘hoofdrolspeler’ tijdens een bijeenkomst voor professionals op 18 juni in het stadskantoor, georganiseerd door de gemeente. Vertegenwoordigers uit het hele werkveld dat te maken heeft met jongvolwassenen zijn aanwezig, van jongerenwerk JoU tot werkmatchers, van het Leger des Heils tot leerplichtambtenaren en van buurtteams tot Jellinek. Allen professionals die dagelijks werken voor en met jongeren in Utrecht.

Wethouder Victor Everhardt heet de aanwezigen bij de start welkom en spreekt zijn trots uit over de hoge opkomst voor de middag en de grote betrokkenheid bij het onderwerp van veel partijen in de stad. Voor de wethouder is het thema van de overgang 18-/ 18+ geen vraagstuk, maar vooral een kans. “Geef aan ons als gemeente terug wat goed werkt en wat niet,” was zijn uitnodiging aan de aanwezigen. “Beschouw de gemeente als deel van jullie netwerk, en benut ons, zodat we niet langs elkaar heen werken, maar samenwerken.”

Groeiplan

Na de aftrap volgt een update door opgavetrekker jongvolwassenen Corine Bont-Tiebosch over de laatste ontwikkelingen. Zoals de start van een pilot waar Utrecht met elf andere gemeenten aan meedoet die onder meer inzicht moet geven in wat nodig is om dak- en thuisloosheid aan te pakken. De pilot sluit goed aan bij wat Utrecht al langere tijd doet via het Groeiplan Jongvolwassenen. Doel van het Groeiplan is het helpen van jongeren door te anticiperen op moeilijke momenten of overgangen en door meer samenhang te organiseren in de ondersteuning. Het kan om uiteenlopende leefgebieden gaan, zoals werken, leren, wonen of zorg. Het groeiplan is niet bedoeld om extra maatregelen te bedenken. Het gaat er om de uitvoering zoals die al is met elkaar nog beter te doen. Want: “We kunnen muren behangen met wat we aan interventies inzetten, maar we hebben nog heel wat te doen om de overgang naar volwassenheid soepel te laten verlopen.”

Sleutelfiguren

Stroomlijning, dus. En het gebruikmaken van 2 sleutelfiguren: niet alleen de professional, maar ook De Belangrijke Ander, iemand uit het netwerk van de jongvolwassene. Een vergelijkbare aanpak met JIM, Jouw Ingebrachte Mentor, levert volgens hulpverlener Rick Schieveen en onderzoekster Andrée Sekreve veelbelovende resultaten op bij het voorkomen van uithuisplaatsingen. De kracht van de aanpak schuilt in de combinatie van formele en informele zorg. De coach (professional) is vaste contactpersoon voor de jongere en de Bea is iemand uit zijn of haar netwerk - bijvoorbeeld vriend, kennis of familielid – die voor een langere periode een ondersteunende rol wil vervullen voor de jongere op weg naar zelfstandigheid. “De belangrijkste vraag is niet wat er aan de hand is, maar wie kan helpen.”

Praktijk weerbarstig

Dat uitgangspunt is helder, maar de praktijk is doorgaans weerbarstig en die zal in de pilot ongetwijfeld vragen gaan oproepen. Dat gebeurt trouwens ook al direct na de laatste uiteenzetting wanneer spontaan een aantal handen omhooggaat. Want hoe maak je een toekomstplan voor een jongere met twee directbetrokkenen? En hoe gaat de coach met de Bea om wanneer die nogal onzeker is? En wat doe je wanneer de Bea iets anders adviseert dan de professional in zijn of haar rol als coach? Rick Schieveen: “Dan ga je daarover in gesprek, maar in beginsel is de coach volgend.”

De deelnemers gaan na de beantwoording uiteen om in groepen verder te discussiëren. Na de eerste, voorzichtige kennismakingen tussen collega’s ontstaan overal levendige gesprekken en rollen de vragen over de tafels. Al snel is duidelijk dat de professionals, die grotendeels al met ‘peers’ werken, de kracht van de aanpak onderschrijven: een stapje terug doen uit de rol van ‘oplosser’ stimuleert de jongvolwassene om zelf actiever te worden. Aan meerdere tafels gaat het over het belang van continuïteit in de begeleiding. “Met te veel wisselingen moet je steeds weer opnieuw beginnen,” zegt iemand tijdens de discussie. “Als je dat ziet aankomen, is het goed te zorgen voor een zorgvuldige overdracht zodat de bereikte resultaten in stand blijven.”

Ook potentiële bezwaren worden besproken. Tast de nieuwe rol van een familielid of vriend bijvoorbeeld de relatie met de jongere niet aan? Hoe voorkom je overbelasting? En moet de Bea bij zwaardere ‘gevallen’ nog wel doorslaggevend zijn?

Binnenlopen voor overleg

Maar het onderwerp dat het vaakst terugkomt, is het belang van samenwerking tussen professionals. ‘Ontschotten’ is een woord dat aan meerdere tafels terugkeert: je moet ergens makkelijk kunnen binnenlopen voor overleg. Denk mee. Consulteer. Ga een keer mee naar een jongere. Het belang daarvan wordt breed gedeeld, maar ook hier komt de weerbarstige praktijk om de hoek kijken, want iedereen is al druk. Een buurtteammedewerkster legt de vinger op de zere plek: “Je moet bijna stagelopen om je te verdiepen in wat anderen doen, maar dat is wel een extra belasting.”

De bijeenkomst zelf blijkt een goed middel om de ontschotting een duwtje in de rug te geven. Wanneer een deelnemer zich afvraagt wie hij het best kan benaderen voor advies over een specifieke situatie, gaat er aan de andere kant van de tafel direct een hand omhoog: “Ik geef je straks de gegevens die je nodig hebt.” Zo gaat het aan meerdere tafels, en ook tijdens de borrel na afloop worden spontaan nuttige contacten gelegd.

De tijd zal leren of die weerbarstige praktijk goed het hoofd te bieden valt, de pilot loopt tot en met 2021. De opbrengst van deze bijeenkomst is in ieder geval inspirerende input voor het vervolg.

(Tekst en fotografie: Eddy Steenvoorden)

bezoeker spreekt tijdens bijeenkomst
jongeren spreken tijdens bijeenkomst
jongeren schrijven samen op wat betekenis bea is
bezoekers praten met elkaar

Hieronder volgen enkele opbrengsten van de groepsbesprekingen tijdens de bijeenkomst:

Onze samenwerking is niet compleet zonder de Belangrijke Ander (BEA).

Welke kansen zien we door het werken met de Bea?

  • De Bea heeft een verbindende rol tussen de hulpverleners;
  • De Bea zorgt voor continuïteit;
  • De Bea versterkt de jongvolwassene: is mediator, geeft troost, kan een veilige plek zijn;
  • De Bea kan het netwerk van de jongere makkelijker betrekken.

Welke uitdagingen zien we?

  • Is de Bea de juiste vertegenwoordiger van de jongere?;
  • Wat verandert er in de relatie als de jongvolwassene en de Bea gaan samenwerken?;
  • Emotionele betrokkenheid van de Bea kan ingewikkeld zijn;
  • De omgeving van de jongere werkt soms beperkend;
  • Hoe voorkom je dat de Bea overbelast raakt?;
  • We moeten een gezamenlijke visie hanteren.

Wat is nodig om de professionele samenwerking te versterken?

  • Open houding;
  • Investeren in netwerken;
  • Casuïstiekbespreking, maatwerktafel;
  • Zorglandschap is ondoorzichtig/kennis is versnipperd: behoefte aan een goed overzicht van sociale kaart, wet- en regelgeving;
  • Ontschotten van budgetten;
  • Aandacht voor preventie;
  • Warme overdracht bij kwetsbare overgangen;
  • Maak integraal werken onderdeel van de functie van de professional.

Hulp en contact Jongvolwassenen

Telefoon

14 030